Ruine van Strijen

“De vraag of de ruïne van het kasteel van Strijen zal onderhouden worden, blijven tot de behandeling der definitieve begroting voorbehouden.”

Voorlopige vaststelling van de staatsbegroting voor het dienstjaar 1885, Algemeen Handelsblad, 22 december 1884

In het kort

Bouwjaar: eind dertiende eeuw
Bijnaam: Slotbosse toren
Opdrachtgever: Willem Willemszoon van Strijen
Architect: onbekend
Bijzonderheden: sinds 1636 in bouwvallige staat

Het ontstaan

De bouw van het eerste kasteel startte rond 1289, toen Willem IV van Strijen het terrein op de grens van het graafschap Holland en het hertogdom Brabant kocht. Het slot werd op een strategische plaats gebouwd, precies op de grens van het Hertogdom Brabant en het Graafschap Holland. Aanvankelijk bevatte het terrein een bebouwde hoofdburcht met voorburcht en een enkele gracht. Na de aankoop van het terrein rond 1325 verbouwde de Hollandse edelman Willem van Duvenvoorde, destijds een van de machtigste en rijkste mannen van de lage landen, het kasteelterrein grootscheeps en verschenen onder andere een tweede watergracht en een aantal nieuwe gebouwen. Na zijn overlijden in 1353 ging het kasteel over naar zijn bastaardzoon Willem van Oosterhout die het tot 1402 bewoonde met zijn vrouw Helwig van Wassenaar. Veel gloriedagen heeft het Huis ten Strijen niet gekend. Het kasteel werd tijdens de Tachtig Jarige Oorlog verwoest en was reeds in 1636 in bouwvallige staat. In de achttiende werd het kasteel grotendeels gesloopt met de huidige ruïne van de toren als laatste overblijfsel. De resten werden door de Oosterhouters gebruikt als steengroeve.

Willem van Duvenvoorde

Willem van Duvenvoorde (1290-1353) werd geboren in de omgeving van Haarlem als Willem Snickerieme, een buitenechtelijk kind van de Hollandse edelman Philips van Duvenvoorde. Hij behoorde tot het geslacht Wassenaar. In 1311 trad hij in dienst van Willem III, graaf van Holland en Henegouwen. In 1317 werd hij benoemd tot diens kamerling en zegelbewaarder (adviseur, financier en plaatsvervanger). Ook ontpopte hij zich tot een belangrijke financier die geld leende aan edellieden en vorsten, waaronder de koning van Engeland.
Het enorme vermogen dat hij hiermee verdiende belegde hij voornamelijk in grondbezit, met name in de Hollands-Brabantse grensstreek. Zo ook in het kasteel van Strijen en een jaar later de Heerlijkheid Oosterhout. En dat was pas het begin. Aan het eind van zijn leven had hij vrijwel de gehele landstreek tussen Moerdijk en de huidige Belgische grens in zijn bezit. In het westen werd dit grondgebied begrensd door het Markiezaat van Bergen op Zoom en in het oosten door de Meierij van Den Bosch. (bron: Oosterhout.nl)

De toren

Het laatste restant van het kasteel is een hoekpunt van de hoofdtoren van het kasteel van Strijen, dat een rechthoekige waterburcht was. De 26 meter hoge toren kent zesde verdiepingen boven een kelder. Vanaf het maaiveld is circa 5,5 verdieping zichtbaar. Aan de binnenkant van de ruïne zijn onder meer de resten zichtbaar van vensters, schietsleuven, een gewelf en een schouw met rookkanaal.

BEZOEK HET MONUMENT

De kasteelruïne is beperkt toegankelijk in verband met veiligheidsredenen.

Bezoekadres
Kasteeldreef 32
4907 EA Oosterhout