Buitenplaats Trompenburgh

“Bij den inval der Franschen in 1672, en hun plundertochten door het voorgebied van Utrecht, is het oude trompenburgh van zijn luister beroofd en nagenoeg platgebrand. Later heeft Tromp zijn huis herbouwd en laten versieren met wandschilderingen […]. Het geheel is, door stichter en door zijn versieringen, een historisch monument van grote beteekeneis.”

Algemeen Handelsblad, 19 juli 1938

In het kort

Bouwjaar: 1675
Bouwstijl: Hollands Classicisme
Opdrachtgever: Cornelis Tromp
Architect: onbekend
Naam buitenplaats: Syllisburgh en later Trompenburgh
Bijzonderheden: de beschilderde koepelzaal

Het ontstaan

Tot de vroege zeventiende eeuw was het gebied rond ‘s-Graveland een onveilige plek. Het was een niemandsland. In dit woeste gebied hielden rovers en allerhande dieren zich schuil. De dichtstbijzijnde dorpjes waren Ankeveen en Kortenhoef. Vanaf 1625 kwam er toestemming om het gebied te ontginnen. Vooraanstaande Amsterdammers -zoals de burgemeester- zagen het droogleggen van meren en het ontginnen van land buiten de stad als een slimme investering. Het land werd verpacht aan boeren en kon op termijn eventueel worden verkocht. Twee van de kavels kwamen in handen van Jan van Hellemond (1616-1665). Hij was de zeer vermogende echtgenoot van Margaretha van Raephorst (1625-1690). Het echtpaar bouwde in 1654 een luxueuze buitenplaats genaamd De Hooge Dreuvik. Na de dood van Jan erft Margaretha de buitenplaats. Twee jaar later trouwt ze met Cornelis Tromp die zodoende eigenaar wordt van het buiten. Lang hebben ze hier echter niet van kunnen genieten. In 1672 werd in ‘s-Graveland tijdens de Hollandse oorlog door de Fransen flink huisgehouden. Vele buitenplaatsen werden in brand gestoken. Zo ook het buitenhuis van Margaretha en Cornelis. Ze lieten al snel een nieuw buitenhuis bouwen. Margaretha was door de erfenis van Jan van Hellemond een rijke vrouw en Tromp had zijn eigen inkomen, dat werd aangevuld met de gelden die hij opstreek uit nevenfuncties. In 1674 –enkele jaren voor de voltooiing van hun nieuwe buitenhuis– werd Tromps vermogen geschat op 100.000 gulden en dat van Margaretha op bijna 300.000 gulden. Daarmee behoorden zij tot de 100 meest vermogende families van het land.

Cornelis Tromp

Cornelis Tromp (1629-1691) werd geboren als zoon van de zeevaarder Maerten Harpertzoon Tromp (1598-1653). Al op jonge leeftijd ging hij de zee op. Cornelis Tromp stond niet bekend om zijn goede karakter. In tegendeel. Hij kreeg het vaak aan de stok met zijn meerderen, waaronder Michiel de Ruyter (1607-1676). Zijn gedrag leidde zelfs tot zijn ontslag bij de Hollandse vloot. Maar dit weerhield hem er niet van om weer de zee op te gaan. Hij werd door de Deense koning aangesteld tot opperbevelhebber van de Deense vloot. In deze functie behaalde hij enkele overwinningen voor de Deense koning. Als dank werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Olifant.

Het zeevaren zat Cornelis in het bloed. Zowel zijn vader als zijn grootvader waren zeevaarders. De vader van Cornelis is de in 1598 geboren Maerten Harpertszoon Tromp. Hij groeide op in een echt zeemansgezin aangezien zijn vader Harpert bij de marine diende als kapitein. Harpert stierf in 1610 tijdens een gevecht op zee in het bijzijn van de toen elfjarige Maerten. Maerten sneuvelde op zijn beurt in 1653 tijdens de slag bij Ter Heide, een belangrijke strijd tegen de Engelsen. Cornelis was toen 23 jaar oud. Maerten kreeg door zijn eervolle zeemansdood een staatsbegrafenis in de Oude Kerk in Delft, waar Cornelis niet bij aanwezig kon zijn. Toch ging hij vaak naar zijn vaders praalgraf om zijn vader eer te bewijzen. Het was namelijk het ‘heldenbloed’ van zijn vader dat Cornelis door zijn aderen voelde stromen.

Op 29 mei 1691 stierf Cornelis Tromp thuis in ‘s-Graveland. Dat hem geen zeemansdood was gegund, zal hem behoorlijk dwars hebben gezeten. Niets was immers heldhaftiger dan te sterven in de strijd. Hij diende bij de burgemeesters van Amsterdam een verzoek in om in de Oude Kerk naast andere zeevaarders begraven te worden. Zijn verzoek werd ingewilligd, maar niet van harte: hij moest zelf voor de kosten opdraaien. Uiteindelijk werd Tromp bijgezet in het praalgraf van zijn vader, in de Oude Kerk in Delft. Het was een roemloos einde voor een man die zichzelf zo graag als held zag.

Het woonhuis

Trompenburgh is een unieke buitenplaats uit de late Gouden Eeuw die grotendeels onveranderd de eeuwen heeft doorstaan. Omstreeks 1675 startte de bouw van de buitenplaats. Na drie jaren bouwen was het dak gereed. De buitenplaats kreeg toen de naam Sylisburgh, verwijzend naar de grafelijke titel die Tromp verkreeg van de Deense koning. Pas na de dood van Tromp kreeg het de naam Trompenburgh. Het huis bestaat uit drie bouwdelen: het corps de logis (het hoofdgebouw) dat door middel van het tussenlid wordt verbonden aan een achthoekig paviljoen met koepel. In de architectuur van het woonhuis zijn veel verwijzingen naar het zeevaarders bestaan van de familie Tromp. Zo ligt het huis in het water, zoals een schip in de zee, en wordt het geflankeerd door vier eilanden. Het dak is als een scheepsdek vormgegeven en in de koepelzaal worden zeeslagen weergegeven.
Cornelis Tromp ontving op zijn buitenplaats welgestelde en voorname gasten. Deze gasten kwamen met een boot aan op de omgang van het paviljoen. Na een wandeling langs de beelden, betraden de gasten via twee trappen – die er niet meer zijn – de ‘mooiste etage’ van Trompenburgh: de bel-etage. De meest kostbare vertrekken lagen op deze verdieping gesitueerd, met als absoluut hoogtepunt de beschilderde koepelzaal.

BEZOEK HET MONUMENT

Bezoekadres

Zuidereinde 43
1243 KK ‘s-Graveland

Kijk voor meer informatie over het bezoeken van Trompenburgh op onderstaande link.

Bekijk hier de uitzending van BinnensteBuiten over de buitenplaats Trompenburgh.