Statencollege Hoorn

“Het West-Friese museum te Hoorn heeft onwelkom bezoek gehad. Inbrekers verschaften zich toegang tot het gebouw door een raampje open te schuiven en een deur te forceren.”

Limburgs Dagblad, 5 mei 1948

In het kort

Bouwjaar: 1631-1632
Bouwstijl: Hollands renaissance
Opdrachtgever: Gecommitteerde raden
Architect: onbekend
Huidige functie: Westfries museum
Bijzonderheden: stadswapens van de 7 betrokken steden worden op de voorgevel vastgehouden door leeuwen

Het ontstaan

Op de plek van het huidige Westfries Museum was tegen het einde van de veertiende eeuw sprake van het ‘Grote Stynhuus’. Dit huis was in het bezit van Gijsbert van Nijenrode, die het in 1492 aan de stad Hoorn verkocht. Omstreeks 1425 werd, in opdracht van Andreas Vierden, dwars achter het huidige hoofdgebouw, een huis opgetrokken. Waarschijnlijk zetelde hier omstreeks 1450 de proost van West-Friesland, een functionaris van de bisschop van Utrecht.
Toen het Hoornse stadsbestuur in 1572 protestants werd moest de functionaris de stad verlaten. Aan het einde van de vijftiende eeuw bevonden zich op de plek van het huidige museumcomplex een vijftal huizen. Tot het einde van de zestiende eeuw stond het proosthuis enige tijd leeg. Na deze periode van leegstand nam het College van Gecommitteerden zijn intrek in het gebouw en werden er plannen tot uitbreiding gemaakt. De huizen aan de Rode Steen en het proosthuis werden opgekocht en vervolgens gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. In 1631-1632 verrees het nieuwe complex dat werd gebruikt als zetel van het College van Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier, het dagelijks bestuur van de Staten van Noord-Holland.

De zeven steden

De zeven steden (Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Edam, Medemblik, Monnikendam en Purmerend) waren vertegenwoordigd in het belangrijke bestuursorgaan van het Staten-College en kregen een plekje op de pronkgevel. Hun stadswapens worden op de hoeken van de getrapte pronkgevel door leeuwen vastgehouden. Op de onderste laag staat links het wapen van Medemblik en rechts van Purmerend. Edam en Monnikendam worden gerepresenteerd op de middelste laag en op de top van de gevel staan van links naar rechts de stadwapens van Hoorn, Alkmaar en Enkhuizen. In het midden van de gevel is een door romeinse soldaten getorste wapen van Frederik Hendrik en diens zinsspreuk ‘Hony soit qui mal y pense’. 

Het gebruik

In 1729 werd het complex van de Staten-college gemoderniseerd en is het smeedijzeren hek aan het voorplein geplaatst. Aan het einde van de achttiende eeuw werden de twee overige panden aan de Roode Steen aangekocht en verenigd achter een nieuwe voorgevel naar ontwerp van Leendert Viervant. Het College werd na de Franse invasie opgeheven en het gebouw werd eigendom van de Bataafse Republiek. In 1817 werd er een arrondissementsrechtbank gevestigd. Later kwam hiervoor een kantongerecht in de plaats, dat een deel van de vertrekken in gebruik nam. In de ongebruikelijke vertrekken kwam vanaf 1879 een museum voor plaatselijke kunstvoorwerpen. In 1932 werd het gehele gebouw bestemd als museum.

BEZOEK HET MONUMENT

In de voormalige statencollege is sinds 1881 het Westfries Museum gevestigd. Kijk voor de openingstijden op de website.

Bezoekadres
Roode Steen 1
1621 CV Hoorn